1924-Citroen-B14-01In 1919 richtte André Citroën de constructeur ‘Citroën’ op. Het heeft al vlug een goede reputatie door innovatieve ideeën die geuit werden in marketing en voertuigen. Voorbeelden hiervan vinden we in de Traction Avant, de DS en de 2cv. 

Het eerste type van de onderneming werd geïntroduceerd in 1919. De wagen had als benaming ‘Type A’. 1921 is het jaar dat de ‘A’ opgevolgd werd door de B2. Deze vervaardigde Citroën in twee varianten (B2 en 2B). Het aanbod werd uitgebreid in datzelfde jaar met de B5 die een taxichassis benutte. In 1924 introduceerde de constructeur de B10. Deze werd, dankzij persen uit Amerika, volledig voorzien van een stalen carrosserie. 1925 is het jaar dat de B12 zijn intrede deed. De wagen had een sterker chassis. 

Een grote evolutie werd voorgesteld op het Salon d’octobre van 1926: de B14. Deze paste de oude carrosserie toe van de B10/12, aangezien de persen nog een tijd konden dienst doen. Bijgevolg hadden de twee types veel overeenkomsten. De grille had echter geen spitse vorm meer zoals bij de B10/12. In maart 1927 deed de B14F zijn introductie. Dit type kenmerkte zich door een lichter chassis. Citroën paste remmen met ‘Westinghouse servo’ toe. 

De uiteindelijke evolutie van het B14-type volgt op het Salon van 1927. De ontwerpers hadden meer mogelijkheden voor de carrosserie aangezien de persen economisch afgeschreven waren. Het resultaat hiervan uitte zich in de rondere vorm met minder scherpe hoeken. Op mechanisch vlak werd de motor gewijzigd. De cilinderinhoud bedroeg nu 1539 CC i.p.v. 1452 CC bij de B14(F). Het aanbod van koetswerken bestond uit de Torpédo, de Convertible, de Coach, de ‘Faux Cabriolet’, de ‘Coupé de ville’ en de ‘Conduite Intérieur 6 glaces’. Voor utilitaire doeleinden bestonden er een uitvoering met open laadruimte (de Normande) en de ‘taxi “conduite intérieure”, “landaulet”, “conduite intérieure landaulet” ’. De ‘familiale’ (herkenbaar aan de 4 zitplaatsen, portieren en zijruiten) en de ‘berline’ vervolledigden het aanbod. 
De productie van de Citroën B14G zou beëindigd worden in oktober 1928. 

Qua transmissie bouwde Citroën in de 1928 Citroën B14G een manuele overbrenging met 3 verhoudingen in. Die werd gekoppeld aan een 1539 CC grote ‘4-cilinder-in-lijn’. Het vermogen bedroeg 22 pk. De Citroën B14G werd vervaardigd van 1927 t.e.m. 1928. Het totale productieaantal bedraagt 59.391 exemplaren.