Fiat

De beginjaren

In 1899 werd in Turijn de Società Anonima Fabbrica Italiana Automobili Torino opgericht, op initiatief van Giovanni Agnelli. Hij werd in 1902 algemeen directeur van de firma. In 1900 rolden de eerste 24 auto's van de band in de fabriek in Corso Dante, waaronder de 3/12HP. Het Fiat-logo werd in 1904door Biscaretti ontworpen.

Al vroeg was Fiat met succes actief in autoraces. In 1902 won Vincenzo Lancia de Sassi Superga met een 24HP. Ook Agnelli zelf was actief als coureur, hij reed de tweede tour van Italië. In 1907 won Felice Nazzaro de Grand Prix de France in een 130HP, met een gemiddelde snelheid van 113,612 km/uur.

In 1908 werd Fiat actief in de Verenigde Staten, waar de Fiat Automobile Co. werd opgericht. Daarnaast werd het assortiment uitgebreid naar trams, vrachtwagens en schepen. Fiat begon met het toepassen van cardanaandrijving, een techniek waarop het bedrijf het patent bezit.

Fiat Balilla
Fiat Balilla

Roaring twenties en Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd voornamelijk geproduceerd voor het leger. Na de oorlog werd in 1922 in Lingotto de tweede fabriek geopend. Een hypermodern bedrijf, met vijf verdiepingen en een testbaan op het dak. Dit was de grootste autofabriek in Europa. Hij stond onder leiding van Giacomo Mattè Trucco. Daarnaast werden de activiteiten verder uitgebreid naar andere sectoren, zoals treinbouw en elektriciteit. Er werd een smeermiddelenfabriek gebouwd en Fiat opende haar fabriek in Rusland.

Na de oorlog was Fiat al snel weer op de been, door een effectieve kostenbeheersing. Een nieuw model, met vier zitplaatsen, werd gelanceerd: de Fiat 509. Het bedrijf deed veel voor haar personeel op het gebied van scholing, sportclubs en gezondheidszorg.

Jaren dertig en Tweede Wereldoorlog

Fiat 500 Topolino
Fiat Topolino

In Mussolini's dagen moest Fiat terugvallen op de eigen Italiaanse markt. In die periode werd veel gedaan aan technologische vernieuwing, en uitbreiding van de activiteiten in luchtvaart en spoorverkeer. Halverwege de jaren 30 kwam Fiat met twee nieuwe modellen, de Ballila en de Topolino. Het laatste model zou bijna 20 jaar in productie blijven, tot 1955. In 1945 overleed topman Agnelli, en werd opgevolgd door Vittorio Valletta. Na de oorlog kon de autoproductie, dankzij het Marshallplan in 1948 weer worden opgepakt. De modellen 500 en 1400 werden uitgebracht, met standaard verwarming en luchtventilatie.

Na de oorlog

In de jaren vijftig werd het eerste dieselmodel uitgebracht, de 1400 diesel. Fiat profiteerde optimaal van de naoorlogse opbouw, en de groeiende behoefte aan betaalbare auto's. De Fiat 600 met achterin geplaatste motor, in 1957 de nieuwe Fiat 500, vanaf 1960 als Giardinetta, een voorloper van het stationwagon concept.

In de jaren zestig werd volop gebouwd aan uitbreiding van het concern, met fabrieken in voornamelijk Zuid-Italië. Fiat had echter ook te lijden onder sociale onrust en stakingen. Topman Valletta werd in 1966 opgevolgd door Giovanni Agnelli jr., de kleinzoon van de oprichter. Onder zijn bewind werden de eerste stappen gezet naar het bouwen van vinnige sportwagens, zoals de Dino, in samenwerking met de toekomstige dochteronderneming Ferrari. Hoewel midden in een oliecrisis waaide een nieuwe, frisse wind door het bedrijf. In 1971 werd de Fiat 127 auto van het jaar. Dit was de eerste voorwielaangedreven Fiat. Tijdens deze beginjaren van de jaren zeventig zag ook de Fiat X1/9 het levenslicht, een sportieve 2 zitter met Italiaans temperament. In de fabrieken werd de trend ingezet naar automatisering van werkzaamheden, om de loonkosten te drukken. Al in 1978 werkte Fiat met robots, in het Robogate systeem.

Fiat Auto S.p.A.

Fiat Auto is momenteel een van de meest innovatieve automerken, met zeer veel patenten. Denk hierbij aan: dubbele bovenliggende nokkenas (Dr. Lampredi), distributieriem (Dr. Lampredi), directe diesel inspuiting (voor het eerst in Fiat Croma 1987), directe benzine inspuiting (2005 Fiat Power Train), schakelen zonder koppelingspedaal (f1 ferrari 1987, later in Alfa Romeo en Fiat Stilo) etc.

In 1979 werd de autodivisie van Fiat ondergebracht in een apart bedrijf, waarin de merken Fiat, AbarthLanciaAutobianchi en Ferrari samenwerkten. Het bedrijf werd later uitgebreid met de acquisitie van Alfa Romeo (1984) en Maserati (in 1993).

Fiat bracht in de jaren tachtig de modellen Panda, Uno en Tipo uit, in de jaren 90 gevolgd door Tempra, Croma, Cinquecento, Punto, Ulysse, Barchetta, Bravo, Brava, Marea en Palio. De Fiat Uno, Tipo, Punto en Bravo werden auto van het jaar. De Fiat Coupé werd ontworpen door Pininfarina.

In 1996 werd Agnelli jr. erevoorzitter van de raad van bestuur. Hij werd als CEO opgevolgd door Cesare Romiti. Ter ere van het 100-jarig bestaan in1999 werd het logo gemoderniseerd. De Fiat Seicento en de Multipla werden als laatste modellen in de 20e eeuw geïntroduceerd. Vooral het laatstgenoemde model werd met gemengde gevoelens ontvangen, vanwege de bijzonder vormgeving, en de drie zitplaatsen voorin.

In de 21e eeuw is Fiat gestart met het moderniseren van de modellenlijn. De Doblo en Stilo werden geïntroduceerd, en de Multipla werd aangepast aan de wensen van het publiek. Ook is de Fiat Idea uitgebracht, waarmee Fiat de markt van compacte MPV's heeft betreden.

In 2004 bracht Fiat een nieuwe versie van de evergreen Panda uit. Het wagentje werd meteen Auto van het Jaar 2004 en deed het uitzonderlijk goed in de verkooplijsten. De nieuwe Panda is een modern vijfdeurs stadsautootje voor een scherpe prijs. Later werd er ook een 4x4 versie van uitgebracht. Een luxueuzere mini-SUV op basis van de Panda wordt medio 2006 verwacht.

In 2005 deed Fiat opnieuw een poging om een luxe middenklasser uit te brengen. Hiervoor werd de discutabele naam "Croma" weer van stal gehaald. In het Italiaans betekent dit chroom, maar in Nederland doet de naam toch onwillekeurig denken aan het pakje braadboter. De wagen is technisch gebaseerd op de Opel Signum.

In september 2005 debuteerde de nieuwe Grande Punto op de autosalon Genève. Deze auto moet de definitieve comeback betekenen voor Fiat.