De oprichter.

Frantisek Janecek is geboren op 23 januari 1878 in Klaster nad Dedinou, een van de kleinste dorpjes in heel Oost-Bohemen. Door zijn vader raake hij geinteresseerd in techniek en ging hij mechanische techniek studeren op de Staats Technische School in Praag. Na deze studie dacht hij aan elektrotechniek en kwam hij terecht op de Berlijnse Technische Universiteit. Na zijn terugkeer in Praag ging hij werken voor Kolben, een van de grootste elektro-fabrikanten in Bohemen. Janecek was een kapabel en talentvol man, die zijn waarde bewees in zijn nieuwe baan. Op 23 jarige leeftijd werd hem de leiding toevertrouwd van een nieuwe vestiging in Nederland, waar hij ter aanvulling zijn studie voortzette aan de Technische Universiteit in Delft. Na 4 jaar buitenland werd hij door de direktie teruggeroepen en aangesteld als hoofd van de konstruktiewerkplaatsen. Janecek, zich bewust van zijn bekwaamheid, wilde echter meer. Na 2 jaar, in 1907, ging hij zijn eigen weg, n.l. voor een 2 jarige studie langs de belangrijkste Europese fabrieken. In 1908 keerde hij terug in Praag, maar niet bij zijn vroegere werkgevers. Als 31 jarige startte hij zijn eigen laboratorium en werkplaats voor onderzoek en ontwikkeling. Hij verkreeg het benodigde kapitaal door de verkoop van 2 van zijn patenten aan 2 Duitse bedrijven voor DM 70.000. Dit was niet Janecek's eerste grote vinding. Tijdens zijn periode in Nederland, hij was 24, kwam hij met een nieuwe methode voor stroomvoorziening voor de tram, welke werd verkocht voor 2000 pond aan een Engels bedrijf. In zijn laboratorium en werkplaats met 13 medewerkers, begon Janecek veel van zijn ideeen uit te werken en aan te bieden aan verschillende bedrijven. Handel in Know-How zou met dit tegenwoordig noemen.
De situatie veranderde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na een korte, aktieve dienstperiode aan het Italiaanse front, keerde hij terug naar de achterhoede en de tekentafel en deponeerde in korte tijd 60 patenten. Opmerkelijk zijn de artillerieammunitiedetonatortester en een mortier, gekoppeld met een vliegtuigmotor. Het meest bekend in die tijd was Janecek's handgranaat, vooral dankzij de moderne, veilige detonator. Na de oorlog begon Janecek met het fabriceren van granaten in Zirkov, in Praag. Al snel, in 1920, begon hij met de pro­duktie van precisieinstrumenten en gereedschappen in Mnichovo Hradiste, een stad 60 km ten Noorden van Praag, in een voormalige chemische fabriek. Janecek ging een samenwerking aan met Frantisek Kohoutek, een gereedschapmaker. Echter, de partners konden het niet eens worden en gingen een paar weken later weer uit elkaar. Kohoutek ontving 50.000 Kronen en zo eindigde de samenwerking. Janecek daarentegen ging weer intensief in zaken, echter ten koste van zijn kreatieve werk als ontwerper en ingenieur.
                   Jawa

In 1922 kocht hij een fabrieksgebouw in Praag Nusle, in een gebied genaamd "GREEN FOX". Fabrieksgebouw was een beetje een groot woord voor de voormalige Sachs schoenmakers werkplaatsen. In het kort, in 1923 bouwde Janecek er een nieuwe hal, een echte fabriek. Hier werd de produktie uit Mnichovo Hradiste ondergebracht. Investeren in de nu grotere vestiging werd mogelijk gemaakt door opdrachten van het Ministerie van Defensie, voor de rekonstruktie van de Schwarzlose geweren, overgedragen aan Tsjecho-Slowakije uit de  uitrusting van het vroegere Oostenrijks-Hongaarse rijk. De Schwarzlose geweren waren gekonstrueerd voor Manlicher ammunitie, terwijl het Tsjecho-Slowaakse leger Mauser ammunitie gebruikte. De fabriek werd gevraagd de wapens aan te passen. Na de aanpassing bleek het leger nog meer wapens nodig te hebben en kreeg de fabriek de opdracht nieuwe wapens van het zelfde type te maken. Anders dan de machinegeweren produktie, daalde de produktie van granaten, hoofdzakelijk door een verminderende belangstelling van de klanten. In 1926 staakte de fabriek deze produktie. Legeropdrachten resulteerden in een uitbreiding van de vestiging, in de moderne technologie en een hoge specialisatie en professionaliteit van het personeel. De Schwarzlose geweren waren verouderd en het Ministerie verloor haar interesse, toen in 1928, Zbrojovka (wapenfabriek) Brno met een nieuw model machinegeweer (ZB26) voor de dag kwam. Vanaf toen hield Janecek zich opnieuw bezig met zaken. Hij overwoog verschillende artikelen, van typemachines tot naaimachines. Hij was in staat tot exakte en preciese produktie en zijn ervaring, fabrieksuitrusting en personeel rechtvaardigden zulke plannen. Uiteindelijk viel zijn keus op motorfietsen. "Zbrojovka Ing. F. Janecek" veranderde  zijn produktie programma.  

  Jawa Minor

OP VIER WIELEN
Vooral de 175 cc motorfietsen hadden hun waarde bewezen en beheersten een flink deel van de markt. De fabriek raakte nu ook geinteresseerd in auto's, aangemoedigd door het sukses van de Aero. Sinds de introduktie van deze kleine populaire auto heeft menigeen de motorfiets ingeruild voor, eerst een eencilinder (Aero 500) en later voor een tweecilinder (Aero 662) auto. Bij Jawa wilden ze geen tijd verliezen en dus viel de keuze weer op een licentie. De Duitse DKW Meisterklasse 701 was een geschikte auto voor de Tsjechische omstandigheden en de facaliteiten van de fabriek. En zo verscheen in 1934 de Jawa 700. Deze werd halverwege het jaar aan het publiek getoond en gaf meteen een goede indruk. Het motorblok was een dwarsgeplaatste 2-takt tweecilinder, watergekoeld, een inhoud van 684 cc (76 x 76) en een vermogen van 20 pk (14,7 kW) bij 3200 t.p.m. en een 3 versnellingsbak. De koppeling zat op de aandrijfas van de versnellingsbak, gekoppeld met de motor via een ketting. De auto had voorwielaandrijving, hetgeen niet zo bijzonder was in Tsjecho-Slowakije. De Brno "Z" auto's waren de allereerste voorwiel aangedreven auto's in Europa in serieproduktie. Het zelfdragende frame van de Jawa was gemaakt van geperste stalen U-delen en de karosserie van deze 4 zitter van hout, bekleed met kunstleer. Alle 4 de wielen waren geveerd d.m.v. dwarsgeplaatste bladveren en hadden 4.00 x 19 banden. Het totaalgewicht van de auto was 690 kg en de topsnelheid 90 km/u. De Jawa 700 werd verkocht voor 22900 Kronen en in de eerste 5 maanden (augustus - december) werden er 203 auto's afgeleverd. Eerst werden ze gemaakt met opvouwbare kap in een luxe uitvoering (Convertible Saloon). Sinds maart 1935 werden de auto's gebouwd als gesloten 2 deurs, met het dak opgeborgen in een achterklep zonder bolle bagageruimte of reservewiel. Latere karrosserieen  waren niet meer met kunstleer bekleed, maar gedeeltelijk of geheel met metalen platen. De serieproduktie van dit type duurde maar 2 jaar en er verlieten in totaal 1002 auto's de fabriekspoort. De Jawa auto's werden niet in Praag gemaakt, maar in Solnice, in Oost Bohemen en in Tynec nad Sazavou, 35 km ten Zuid-Oosten van Praag. In Solnice werden de karrosserieeen gemaakt, maar de montage vond plaats in Tynec. Er werden ook auto's gemaakt voor sportevenementen. Deze ondergingen enkele kleine wijzigingen aan de motor, waarvan de belangrijkste de vergrootte cilinderinhoud tot 750 cc was. Ze werden in het jaar van hun debuut voorzien van een open gestroomlijnde karrosserie met een grote vertikale stabilisatievin  achter. Zonder te zijn getest en te zijn ingelopen verschenen ze aan de start van een zeer zware race, de "Czechoslovak 1000 Miles". In de 750 cc, open auto klasse, bereikte de auto met Vitvar en Panek de gemiddelde snelheid van 84 km/u, hoger dan de winnaar van vorig jaar, P. Mucha met een Praga Alfa (83,76 km/u). Helaas een defekt vlak voor de finish, verijdelde Vitvar's overwinning, welke een grote triomf zou zijn geweest. De race was echter toch een Jawa sukses. De kombinatie Kaiser en Kronberger finishte als tweede met een gesloten serieproduktie auto en wonnen de Prize of the Auto­club of the Czechoslovak  Republic for closed cars. Een jaar later, in de derde Czechoslovak 1000 Miles, schreef Jawa 3 teams in (3 open en 3 gesloten wagens). Deze auto's hadden wederom een gestroomlijnde karrosserie. Nu won het gesloten auto team de Czechoslovak Republic President's Challenge Trophy. De Jawa auto's waren suksesvol in verschillende  andere races, waarvan sommige werden gewonnen. Noemenswaard is Vitvar's overwinning in de derde Krakonos Circuit waar hij alle tegenstanders versloeg met de kleinste auto van allemaal. Hij volbracht de heuvelachtige, 154 km lange rit met een gemiddelde snelheid van 85 km/u. Een jaar later, in 1936, behaalde hij nogmaals de volledige overwinning, ditmaal met een gemiddelde snelheid vn 90 km/u en in 1937 nogmaals met hetzelfde resultaat. De coureur volbracht een hattrick (3 overwinningen op rij) met de Jawa. In thuisrallies werden veel titels behaald, maar ook in het buitenland kreeg Jawa bekendheid. Een groot sukses was de eerste en tweede plaats in de Little Entende Rally in 1937. Hiermee kwam het Jawa 700 kompetitietijdperk ten einde, omdat de motoren verouderd waren en niet langer een partij voor
de konkurrentie. Jawa was zich welbewust van deze situatie en aan het eind van de 30 er jaren verscheen er een gloednieuwe auto. JAWA MINOR I 
Jawa 5
Jawa 2Jawa 1

Jawa 4Jawa 3