Austin healey 
Austin Healey Sprite MK 1 (Kikkeroog)

Hoe het begon.

Net zoals bij de Austin Healey 100 wilde Donald Mitchell Healey ( DMH ) een gat opvullen in de goedkope markt. Dit kwam mede door spanningen van de koude oorlog, de Suez crisis en doordat benzine weer op de bon kwam. Er werd dus gezocht naar een goedkope kleine zuinige sportauto.
Om het model zo goedkoop mogelijk te houden, was zijn eerste doel om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande onderdelen. De “kracht” werd geleverd door de Austin A 35 motor, die begon als 803 CC maar nu al een inhoud had van 948 CC.
De motor werd opgevoerd van 34 PK naar 43 PK, dit kwam mede door de dubbele SU carburateurs. Het onderstel werd in eigen huis ontworpen en het prototype werd gemaakt door John Thomson Motor Pressings. Het Prototype van de carrosserie werden gemaakt door Panel Craft in Birmingham. Behalve de motor kwam de voorwielophanging en de achteras ( deze kreeg een andere overbrengingsverhouding ), deze werd geschikt gemaakt voor hydraulische remmen uit de Austin A 35.
De stuurinrichting zou oorspronkelijk ook uit deze auto komen, maar was niet goed. Deze kwam van de Morris Minor.
Er moest wel een toerenteller in deze sportauto, alleen moest deze worden aangedreven door de dynamo, dit idee werd bedacht door “Lucas”. De auto werd achter geveerd door kwart eliptische veren in combinatie met arm schokbrekers. Tevens kreeg hij trommelremmen rondom. 
Het prototype werd Tiddler of Q genoemd.
De koplampen moesten op een bepaalde hoogte komen, eerst wilde men in de auto wegklappende koplampen inbouwen, deze bleken te duur en daarom werden zij op de motorkap geplaatst, wat hem gelijk de bijnaam “Frogeye” deed toekomen.
De bedoeling was om de voor- en achterkant identiek te maken. Dit werd niet uitgevoerd, al lijken zij wel op elkaar. Voor dit ontwerp waren Gerry Coker en Les Ireland verantwoordelijk.
Voorbeelden om de kosten toch zo laag mogelijk te houden zijn; geen kofferbak, geen deurknoppen aan de buitenkant en een opvouwbare cabriolet kap. De schuiframen kwamen erin om eenvoudig bij de deurknop te komen.
Omdat de auto voor weersinvloeden gevoelig was, zat er geen stoffen bekleding in, maar vloerborden met rubber matten.
Opties waren; kachel, tonneau, hardtop en voorbumper.
Toen de Tiddler binnen een half jaar gereed was werd George Harriman de baas van BMC gebeld. DMH vertelde Harriman dat hij iets leuks had. Harriman haalde Leonard Lord erbij en men kwam gelijk tot een overeenstemming. 
Nu werd de Tiddler aangepast voor serie productie. De naam werd Austin Healey Sprite, dit tot ongenoegen van Riley deze had al eens een auto met deze naam uitgebracht. Dit bedijf hoorde nu ook bij BMC, dus commentaar had geen zin. 
De eerste auto was klaar in Maart 1958 en de introductie datum 20 Mei kwam naderbij. Deze datum was gekozen omdat men dan tijdens de Grand Prix van Monaco de auto daar zou introduceren. Dit werd uit publiciteits oogpunt gedaan. De pers was zeer enthousiast, mede omdat er niet of nauwelijks een kleine, goedkope open sportwagen bestond. Tijdens deze presentatie kwam aan het licht dat men in de haast van het productieklaar maken van de auto vergeten was een asbak te plaatsen. De auto werd direct een groot succes en men besloot geljk de auto naar Amerika te exporteren. In 1959 gingen al grote aantallen naar dit land. De auto werd in Engeland verkocht voor iets minder dan £ 700,-, in Amerika voor $ 1.795,- en in Nederland voor f 7.995,-.
In de 3 productiejaren zijn er ongeveer 49.000 kikkerogen gebouwd. 
In 1961 werd een nieuw model geïntroduceerd, die veel leek op de MG Midget. 
In Amerika hield men uitverkoop van de MK1 ( Kikkeroog ) hierop werden de auto's binnen enkele dagen uitverkocht en de dealers smeekten om meer van dit model,maar deze waren er niet meer. Dit was het einde van de Kikkeroog.