Excalibur SS Series III PhaetonExcalibur SS Series III Phaeton

In 1963 deed een nieuwe medewerker bij de Amerikaanse constructeur Studebaker zijn introductie: de designer Brooks Stevens. Op een dag had de CEO Sherwood Egbert met hem een conservatie. Egbert had de wens dat Brooks een concept-car ontwierp voor de New York Motor Show van dat jaar aangezien de andere designer, Raymond Loewy, net zijn Avanti-project beëindigd had en dus weinig tijd er kon voor uitstrekken. Stevens had een grote bewondering voor de Mercedes-Benz SSK uit de jaren ’30 en dusdanig besloot hij zijn concept-car te modelleren naar dat voorbeeld. Zo ontstond de Studebaker SS op basis van een Lark Daytona-chassis met als krachtbron een supercharged 4,750 l V8. 

Jammer genoeg besloot Studebaker dat de wagen niet op de beurs zou getoond worden. De organisator, Jerry Allen, echter vond dat betreurenswaardig en beloofde een hoekje te vinden voor de Studebaker SS met de boodschap erbij dat het om ‘Special Project of Brooks Stevens Design Associates’ ging. Op de beurs veroorzaakte hij een toeloop van personen die de aanschafprijs naar de wagen informeerden. Door dit feit besloten ze de wagen te commercialiseren. Er doken echter grote problemen op. Aangezien Allen Chevrolet verdeelde, vond hij het niet geschikt was om een Studebaker krachtbron in te bouwen. Zodoende besloot men om de een exemplaar van Chevrolet te gaan utiliseren. Na deze wijziging aan het basisconcept vonden de 2 heren dat de tijd rijp was om de wagen onder de naam ‘Excalibur’ te commercialiseren. Hun onderneming had als naam ‘SS Automobiles Inc.’ 
In de eerste jaren had de onderneming het niet makkelijk. Toch namen ze 2 belangrijke beslissingen i.v.m. de productiemethode en het idee om zoveel mogelijk onderdelen zelf te vervaardigen. Eveneens deden zich wijzingen voor aan de wagen: de grille vervaardigde men nu in aluminium en de koetswerkpanelen van fiberglass i.p.v. staal en aluminium bij het prototype. 
Door al deze aanpassingen ontstond de Series I SSK. Stevens besloot datzelfde jaar, 1966, het aanbod uit te breiden met de grotere Roadster (herkenbaar aan de andere en langere spatborden) en de Phaeton met plaats voor 4 personen. 3 jaar later, in 1969 werden de Series I Excalibur uit productie genomen. Logischerwijs volgden de Series II in 1970. 
Het ontwerp bleef bij het oude. Op mechanisch vlak deed een nieuw chassis zijn introductie dat circa 5 cm langer was. De krachtbron was eveneens volledig anders met als transmissie een manuele 4-versnellingsbak of een optionele 3-trapsautomaat. Voor modeljaar 1972 bouwde de constructeur de 454 Cubic Inch (7.4 l) Chevrolet V8 in. In 1975 werd de productie van deze serie gestaakt. 
1975 is het jaar dat de Excalibur Series III zijn intrede deed. Dit was in feite de voorgaande Series II die werd gewijzigd om te voldoen aan de veranderde wetgeving. Qua uiterlijk hadden de spatborden een iets andere vorm. 
Kenmerkend voor deze serie is het grote productieaantal. Stevens vond dat dit in de weg stond voor de kwaliteit die hij wou garanderen en besloot om het tempo te verlagen naar 4.5 i.p.v. 6 voertuigen per week voordien. De Series III kende een productietijd van 5 jaar (1975-1980). 

Voor modeljaar 1980 introduceerde SS Automobiles Inc. de Series IV. Typerend voor dit type is de toegenomen hoeveelheid aan comfortitems. Dit was het eerste Excalibur-type dat zijramen van glas had en een echte koffer. 
De kap functioneerde via elektriciteit. Het chassis werd verlengd met 33 cm. 
Eveneens wijzigde men het ontwerp. De oude V8 wisselde de constructeur in voor een andere 305 Cid (5 l)-krachtbron. Op ba sis van deze serie werden 50 exemplaren van de ‘20th Anniversary’ vervaardigd. De productie van deze serie werd in 1985 beëindigd. 

De laatste series, de V, volgde in 1985. Dit type bood een grotere motorenkeuze, met als intentie de Europese markt te behagen. Verder werden er enkele nieuwere varianten toegevoegd zoals de Royale, de Limousine en de Touring Sedan. De beëindiging van de productie van de Series V in 1990 betekende ook het einde van de roemruchte constructeur SS Automobiles Inc. 

Qua overbrenging werd er in de 1978 Excalibur SS Series III Phaeton een GM Turbo Hydra-Matic 400 automaat met 3 ‘trappen’ ingebouwd. De transmissie werd gekoppeld aan een 7441 CC (454 Cubic Inch) Corvette-V8. 
Het vermogen bedroeg 215 pk. De Excalibur SS Series III Phaeton werd vervaardigd van 1975 t.e.m. 1980. In 1978 verlieten 248 exemplaren van dit type de onderneming.