Voorjaar 2008. Jan Broers en ondergetekende zoefden over Neerlands wegen richting Scherpenzeel, waar we een afspraak hadden met dhr. Dick Kruisheer. 

Tijdens de jaarvergadering op 15 april kwam spontaan het aanbod dat hij ons iets wilde vertellen over zijn reis Amsterdam-Moskou-Amsterdam, die hij in juli 1991 heeft afgelegd in zijn Citroën B2 Torpedo uit 1922. Als redactie grijp je zo’n mogelijkheid natuurlijk met beide handen aan en de verslaglegging van dit interview zal in 2 etappes worden weergegeven. 

Bij een Franse sloperij werd de B2 gespot. De auto had in Frankrijk tot 1949 dienst gedaan als directiewagen van een steenfabriek. In 1962 werd dhr. Kruisheer eigenaar van dit voertuig en werd de auto vanuit Frankrijk naar Nederland vervoerd. 

De auto werd helemaal uit elkaar gehaald, maar omdat hij een drukke zaak had heeft alles lang in een hoek gestaan. Met onderbrekingen is er ca. 10 jaar aan gesleuteld en de eerste rit was de Elfsteden Oldtimer Rally in 1991. Daarna heeft hij zich opgegeven voor de rit naar Moskou. Begeleiding was er door Intoerist, een organisatie die toen in de Sovjetunie fungeerde als reisagentschap. 

Even nog rees de vraag of hij wel aan de reis mocht meedoen, omdat er geen voorremmen op het voertuig zitten, maar aangezien hij de deelnemer was met het oudste voertuig en men het toch wel erg jammer zou vinden als hij niet meeging, werd dit gedoogd. Dat kon toen nog.

Voor de reis werden diverse sponsors gezocht. Er ging een eigen serviceauto mee, met heel veel onderdelen: alles wat kapot kon gaan hadden zij dubbel.

Zij hadden Service van Heerenveen tot Moskou. Er gingen jerrycans benzine mee, olie, water en natuurlijk ook voedsel voor de inwendige mens. I.v.m. de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl (1986) werd er 100 liter water in flessen meegenomen. 

Samen met zoon Dirk en zwager Ron vertrok op 15 juli 1991 de équipe uit Amsterdam. De B2 ging als eerste auto weg, waarschijnlijk vanwege de topsnelheid van slechts 70 km/u, maar bleek zeker niet de slechtste. Er kon altijd met de kap open worden gereden. Deze hoefde slechts 1 maal dicht i.v.m. regen

dick kruisheer 01

De rit ging via Berlijn en Warschau. Vooral deze laatste stad vond men erg mooi.

Onderweg heeft men 3 maal een lekke band gehad. De auto heeft geen waterpomp en men moest wind houden voor koeling.

Men ging de grens over bij Brest, een kleine plaats op de grens van Polen/Rusland.

De Russen voerden een ontmoedigingsbeleid om het land in/uit te komen, maar deze blikvangers mochten zo doorrijden, langs lange rijen met wachtende automobilisten.

De politie reed voorop met de sirene aan, om de groep naar het hotel te brengen voor de eerste overnachting. De overige nachten verbleef men op een camping. In Rusland mocht je alleen op campings of hotels van Intoerist overnachten.

De auto’s werden bewaakt. Er waren 150 oldtimers van diverse merken tot bouwjaar 1960 en ca. 300 ”toeristen” die ondergebracht moesten worden en dat waren niet alleen Nederlanders. Er moesten benzinebonnen worden gekocht, omgerekend € 1,25 voor de gasten, voor de Russen slechts € 0,04!

dick kruisheer 02

Citroën B2 Torpedo uit 1922 (boven: pech in Hongarije, onder: in de Dordogne - 2006) 
dick kruisheer 03

Nog 1.000 km te gaan tot aan Moskou. Daar kreeg dhr. Kruisheer de eerste prijs tijdens de Moskou International Oldtimers concours, voor de oudste auto. 

Er waren veel oude auto´s in Rusland. Men beschikt echter niet over middelen om ze op te knappen. Dat ruilhandel er nog bestond en ook nog iets gewichtigs kon opleveren bleek na een ruil van 1 T-shirt voor 2 oude Ford motoren. 
Thuis had in het blad van de BOVAG een verhaal gestaan over een man uit Wolvega, die een Opel-garage wilde beginnen in Moskou. Locatie hiervoor was een atoombomvrije garage, waar 7.000 auto´s in kunnen. Dhr. Kruisheer heeft deze man destijds in Meppel ontmoet.
De man heeft zijn plannen doorgezet en is er gestart met tweedehands auto’s en verkoop van onderdelen. 

 Dhr. Kruisheer heeft hem daar opgezocht. De dag ervoor had men zelfs zijn hulp moeten inroepen, om een gestrande Fransman met een Jaguar op te halen.
Hiervoor was een takelwagen nodig en hoewel dit officieel buiten zijn regio viel, is hij toch gekomen. 

Van de burgervader in Heerenveen had dhr. Kruisheer als cadeau voor de burgemeester van Moskou een wandbord (Makkum) meegekregen. Het overhandigen hiervan was bij de ambassade aangevraagd

bij het Kremlin

dick kruisheer 04

Men is 4 dagen in Moskou geweest. Afgesproken was, om tijdens de reis van Moskou naar Kiev (620 km) in groepjes bij elkaar te blijven. De eerste kreeg alle paspoorten mee en zou een hotelkamer of eten regelen. Onderweg werd men soms aangehouden en kreeg men wodka of rozen.

’s Ochtends was er het ”Sperruhr” en had als eerste de industrie water, dus men kon dan geen sokken wassen of een WC doorspoelen. 

Op naar Hongarije, naar Debrecen. Inmiddels al 20 lekke banden gehad. Gelukkig was Michelin een van de sponsors….. Nadat er binnenbanden van crossmotoren in waren aangebracht behoorden de lekke banden tot het verleden. In Debrecen voegde mw. Kruisheer zich bij het gezelschap. Zij was per trein naar Hongarije gereisd. Onderweg opeens een raar geluid. Er lag een drijfstang op straat, gebroken. De auto werd naast de weg gezet en de motor werd vervangen. Een 2e (gereviseerde) motor was al meegenomen vanuit Nederland en deze zat in een kist in de serviceauto. De versnellingsbak bleek echter niet voor de ”nieuwe” motor te passen, waardoor ook de versnellingsbak uit elkaar gehaald moest worden. Toch handig, zo’n meereizende servicewagen. Het ”klusje” duurde 8,5 uur.

dick kruisheer 05Omdat zij een verkeerde weg waren ingeslagen was de eveneens meereizende bezemwagen er niet om hulp te bieden. In Hongarije was het erg heet. De motorkap werd eraf gehaald en achterin gelegd. In een roostertje, eigenlijk bedoeld tegen de stenen, zaten veel insecten. De mensen in Oekraïne aten deze insecten trouwens op, dat was een lekkernij. 

De tocht werd overigens ook gebruikt voor een ludieke actie. De 2500 relaties van autobedrijf Kruisheer kregen vanuit Moskou een uitnodiging voor de introductieshow van de Citroën ZX in september van dat jaar. Bij de posterijen in de Russische hoofdstad keek men vreemd op, toen deze brieven voor verzending per luchtpost werden aangeboden. 

De reis heeft een kleine 4 weken geduurd en er is ca. 8.000 km afgelegd, met een gemiddelde snelheid van 45 km/u. De bestuurders wisselden regelmatig van plek en zaten om beurten gemiddeld zo’n 8 uur per dag achter het stuur.

 ”Even” een motortje omruilen

dick kruisheer 06De intocht in Heerenveen werd begeleid door de politie en zijn medewerkers zorgden bij het bedrijf voor een feestelijke ontvangst na het volbrengen van deze monsterrit.

Yvonne van Leeuwen

DAT BEDOEL IK. 

Velen van ons kennen de mooie rode Opel Rekord waar Dick en Corrie als trouwe deelnemers aan de ritten en evenementen in rijden. Daarnaast heeft Corrie nog een Opel Kadett , met automatische versnellingsbak, om in het dorp de boodschappen te halen en om af en toe eens uit te lenen aan haar dochter die zelf geen auto heeft. De Rekord is al vanaf 1982  in hun bezit en eigenlijk is die auto nog steeds hun dagelijks vervoermiddel. Goede wegligging en met trekhaak, altijd handig om er een karretje achter te kunnen haken. Maar sinds vorig jaar heeft de Rekord concurrentie van een heel andere auto, namelijk een Chevrolet uit 1952. Met een mooie zacht groene kleur. Met veel kennis van zaken en veel liefde is de restauratie van de Chevrolet vorig jaar voltooid. Dit verhaal gaat over de restauratie van die wel heel bijzondere en mooie cabriolet. 

Gekocht in 1979 via een advertentie in de Telegraaf kwam de Chevrolet (Skyline de luxe Convertible)  -na zijn eerste eigenaar in Frankrijk te hebben gehad- terecht in Woudenberg bij de familie van de Haar. Hieruit blijkt dat Dick ook al lange tijd een passie voor oldtimers heeft. Eigenlijk is dat niet verwonderlijk want Dick heeft van zijn werk zijn hobby gemaakt: begonnen als jongste bediende in het garagevak, is hij opgeklommen tot receptionist bij Garage  Honders in Utrecht en daarna jaren werkzaam geweest als hoofd aflevering bij de Opel dealer in Doorn. 

In die begin periode was er geen tijd om de Chevy op te knappen en stond hij alleen maar in de weg. De auto werd verbannen naar een uithoek van de garage en het probleem werd nog groter toen door de komst van de jongste dochter het huis te klein werd en er gezocht moest worden naar een iets groter onderkomen. En wat te doen met een oldtimer bij een verhuizing? Zoals dat ook mij heel bekend in de oren klinkt, gaat alles wat eenvoudig te demonteren is in dozen en de dozen worden opgeborgen bij familie en wat niet in een doos past moet dan maar even in een leegstaand kippenhok of onder een zeiltje worden opgeborgen. In afwachting van betere tijden……. 

In 1999 toen Dick de keuze had om door te worstelen aan zijn pensioenopbouw of om van zijn opgebouwde pensioen te gaan genieten, koos hij voor het laatste en werd ook de restauratie van de Chevrolet ter hand genomen. De dozen werden uitgepakt en het chassis totaal ontdaan van alles wat er nog aan zat. Deel voor deel werd schoongemaakt, gestraald en in de spuitcabine van zijn oude werkgever kon Dick alles coaten en spuiten. Dan bof je maar, zei ik. Dat bedoel ik, zei Dick. Ook het zoekwerk naar hoe iets in elkaar zat of het ontbrekende onderdeel begon. Gelukkig leerde Dick via een omweg een collega Opel-dealer kennen die heel toevallig ook bezig was met een Chevrolet van hetzelfde type. Is dat geluk hebben! Dat bedoel ik, zei Dick. Van groot nut bleek ook de originele onderdelen-catalogus met beschrijving van het aantal moeren, bouten en veerringen voor een onderdeel.

De motorrevisie is voor een zes cilinder met zuigerdiameter van zo’n 10 cm geen lichte klus, zo’n blok pak je niet even van je werkbank om hem om te draaien. De krukas zelf is al bijna niet te tillen, dus heeft Dick daar een aparte verplaatsbare en kantelbare motorophangsteun  voor gemaakt. Over het pasmaken van de carrosseriedelen hebben we uitgebreid  onze ervaringen kunnen delen, want zeker die Amerikanen namen het niet zo nauw als het ging om netjes in lijn lopende deuren, spatborden of kofferdeksel. Het is voor een buitenstaander veelal onbegrijpelijk waarom het plaatwerk er vele malen op en af moet voordat de auto echt strak is. En dat je dat moet doen voordat alles naar de spuiter gaat, zei ik. Dat bedoel ik, zei Dick.  Ook toen het plaatwerk glanzend uit de spuiterij terug kwam heeft hij veel  tijd besteed aan de opvulplaatjes bij de spatborden en de scharnieren van de kofferdeksel, maar het resultaat zie je. Ook om de elektrisch bedienbare cabriokap goed sluitend op de ramen aan de voorzijde te krijgen zijn vele uren, dagen, weken besteed, want de kapconstructie en raamstijlen bleken door een aanvaring met iets wat van boven kwam scheef getrokken te zijn.

Gelukkig zijn er tegenwoordig weer onderdelen te bestellen in de USA. Zo is de gehele bekleding van interieur en bankstellen (want het woord stoelen is voor een auto van deze afmeting een belediging) uit de States ingevoerd. Niet dat alles meteen paste; Corrie heeft haar inzichten en vaardigheden op de naaimachine moeten aanwenden om de biezen, zomen en afwerkstrippen te veranderen en op zijn plaats te krijgen. Daarnaast was Corrie heel vaak in de garage zelf te vinden als de welkome derde hand bij alles wat nauwkeurig op zijn plaats moet worden gehouden. Niet alleen voor het aandraaien van het bekende moertje waar je nét niet bij kan, maar ook voor het laten zakken van de carrosserie op het chassis, wat op de paar millimeter nauwkeurig moet gebeuren. 

Dick beschikt over een grote voorraad reserve onderdelen omdat hij zo verstandig is geweest om al lang geleden een  half Chevrolet onderstel, weliswaar een ander type maar wel van hetzelfde bouwjaar erbij te kopen. Je weet nooit waar het goed voor is, moet hij toen gedacht hebben. Weer zo’n hoop roest, moet Corrie gedacht hebben. Dat zo’n wrak altijd nog van pas komt, merkte Dick laatst nog  eens toen hij een niet meer verkrijgbaar rozetje voor zijn dashbord zocht en na lang en vergeefs zoeken op het idee kwam om eens onder het zeil in het kippenhok te kijken; jawel hoor, daar zat precies dat éne moertje wat hij nodig had. 

De voltooiing kwam met de keuring in het najaar van 2005. Ook voor Dick en Corrie is het rijden zonder dak een geweldige ervaring, je zit midden in de natuur, je glijdt erdoorheen.

Vorig jaar zijn ze begonnen om het rijden in de grote slee onder de knie te krijgen en alle kinderziekten eruit te halen door eerst  kleine stukjes te rijden en dan iets grotere afstanden van huis weg te gaan. Ook Corrie was heel bezorgd (lees nerveus) in het begin. Niet over wat er onder de motorkap allemaal mis kon gaan (Dick vertelde het verhaal van een gescheurd membraan!) maar meer over de zachte bermen die nu eens rechts dan weer links onheilspellend dichtbij opdoken. Sturen is geen licht werk met zo’n grote wagen, het is een kunst op zich om op tijd de bocht te beginnen en dan halverwege de bocht het stuur los te laten zodat de auto toch nog op de goede weghelft de bocht uitkomt.  

Ik ben heel benieuwd wanneer de VOC leden deze zacht groene beauty met eigen ogen kunnen bekijken. 

Bogno

Heeft U wel eens zelf een auto proberen te maken? Niet goed -of stuk maken. Nee,…ik bedoel echt vanaf een bouwtekening zelf een Lancia Fulvia Spider  in elkaar knutselen.  Joop van Veldhuizen liet zich eens per ongeluk (want hij is de vlees geworden bescheidenheid) ontvallen dat hij daarmee bezig is. Reden genoeg voor deze razende reporter om Joop en echtvriendin José in Eck en Wiel op te gaan zoeken.

joop en jose v veldhuizenGezeten op het zonnige terras en achter een glas frisdrank onthulde Joop me iets van zijn achtergrond. Al snel werd me duidelijk dat het zelf bouwen van een auto niet het gevolg was van een plotseling opkomende aanval van verstandsverbijstering, maar meer het resultaat van een ontwikkelingsproces dat reeds op zijn 17e jaar is ingezet. De vader van Joop was toen werkzaam bij Citroën en maakte deel uit van de ontwikkelingsafdeling. De befaamde DS 19 was een paar jaar ervoor net ontwikkeld en pa Van Veldhuizen stelde zijn zoon voor om samen zelf zo’n auto te gaan bouwen. Want pa beschikte (niet toevallig) over een paar duidelijke bouwtekeningen van deze later zo beroemd geworden automobiel. Joop legde zijn meccanodoos opzij en vond dat ook wel een goed idee. En zo maakten ze samen de body van mm plaat en met behulp van het bijde fulvia coup a Citroëndealers aangeschaft omhullend blik bouwden ze een auto die aan de buitenkant niet van een fabrieksauto was te onderscheiden. Hij was wel een pietsie zwaarder. En omdat de body ook was gegalvaniseerd, bleef die puntgaaf. Ook toen de rest van de auto 350.000 km verder al lang opgeteerd was en naar de sloperij verhuisde.Joop volgde een gedegen opleiding in de werktuigbouw en dat is goed aan hem te merken. Voor Joop is de kortste verbinding tussen twee punten nog steeds een rechte lijn en verder geen onzin. Hij ging werken bij de Duitse firma Anker (kassa’s; eerst mechanisch, toen elektrisch en naderhand computer gestuurd ) en is daar in diverse functies bij gebleven.Na jaren als international IT-director te hebben gewerkt besloot hij, toen hij vorig jaar 60 werd, ermee te stoppen en zich volledig aan zijn hobby, het restaureren van Lancia’s, te gaan wijden. Waarom Lancia’s ? zult U verbaasd vragen. Ook dat heeft een reden.In 1966 leerde Joop zijn huidige vrouw José kennen.de witte fulvia  José’s vader bezat een  witte Lancia Fulvia Berlina GT en ook daar raakte Joop zeer van onder de indruk. Kwade tongen beweren dat hij eerst op de auto verliefd raakte en toen pas op José. Maar wie José ooit heeft ontmoet, beseft dat dit lasterpraat van een jaloerse mededinger moet zijn geweest.  Bovendien zijn het vooral de technische kwaliteiten van de Lancia waar de techneut Joop van onder de indruk raakte. Want Lancia’s zijn door Italianen gemaakt en dat zijn pas de echte autoliefhebbers. Want welke auto bezat in 1922 reeds een zelfdragende carrosserie? Ook de onafhankelijke wielophanging werd in deze jaren al op het beroemde Lancia Lambda model toegepast. Tevens is de smalle V-motor met één cilinderkop een vinding van Lancia.  En welke auto’s hadden begin jaren zestig al schijfremmen rondom? droom in aanbouw

Joop en José bezitten de witte Fulvia nog steeds, maar de auto heeft inmiddels gezelschap gekregen van vijf andere Lancia’s en de zesde is in de maak. En ook dit is weer een verhaal apart.

In 1968 heeft carrosseriebouwer Zagato een spidermodel (cabrio) ontwikkeld op basis van de Fulvia Sport Zagato. Er zijn ooit maar twee prototypes van gemaakt. Eén is tijdens een automobielshow in Barcelona verkocht. En de ander is verschroot nadat besloten was om het model niet in productie te nemen. En dit is nou precies de auto die Joop graag wil hebben.En omdat een auto waarvan er nog maar één op de wereld rond  rijdt onbetaalbaar is, heeft hij besloten om er zo één zelf te bouwen. En geheel volgens het Zagatorecept. Men neme een Zagato Sport, snijdt het dak eraf, boetseert iets moois van het overblijfsel en je hebt een Spider. Het zal duidelijk zijn dat zoiets niet eenvoudig is, als je geen complete carrosseriefabriek achter je hebt staan. Vooral het boetseren niet.hand made kofferdeksel Joop heeft dat de afgelopen vijf jaar vooral in de schaarse vrije uurtjes gedaan. Maar nu heeft hij er alle tijd voor en het gaat er uitzien als het werkstuk van een perfectionist. Als voorbeeld is op één van de foto’s de kofferdeksel te zien die Joop vanuit niets heeft geconstrueerd, inclusief de gecompliceerde scharnierhengsels.

Wie denkt dat Joop zichzelf als volleerd beschouwt, dan heeft hij het mis. Mocht de VOC in samenwerking met Rustbuster ooit een lascursus gaan organiseren, dan is Joop van de partij. Want hij is van mening dat hij best nog wat fijne kneepjes van het lassen bij kan leren. Ik zei het al; Joop is de bescheidenheid zelve.

Joop en José zijn verwoede rallyrijders. Ze hebben al meerdere malen met de Alpenrally meegedaan. Maar ook van de toerritten van de VOC kunnen ze genieten. En ruzie onderweg is er niet bij, want de navigator heeft altijd gelijk. En de navigator is altijd José. Voor ik het vergeet; Joop is voorzitter van de Nederlandse Lanciaclub. Een club met 600 leden. Niettemin weten ze de gezelligheid van een lokale club als de VOC goed te waarderen. Ze zijn dan ook vaak van de partij. Op mijn vraag of ze nog tips voor de VOC hebben, beloven ze na te zullen denken over een idee voor een dag in en om de Betuwe.  Wellicht komt er wel een keer een baanbrekend idee uit het Eck en Wielse.

Jan Broers.