Mannetjes (Restauratie MG TC1772 dl3)

chassis richten 01De afgelopen 2 maanden zijn de werkzaamheden aan het TC-wrak vrijwel nihil geweest. Daar was het naar mijn smaak veel te koud voor in de garage. Niettemin is het een zeer leerzame periode geweest.  Een hoop “mannetjes” leren kennen. Een mannetje die alles weet van motoren, een mannetje dat alles weet van carburateurs, een mannetje dat schroefdraad maakt op plaatsen waar het vroeger ook heeft gezeten, een mannetje dat alles weet van houtbewerking en plaatdelen (een gunstige combinatie bij een oude MG) en een mannetje dat alles beter weet. En dan heb ik het nog niet eens over de specialisten op het gebied van stralen, schopperen, spuiten en het restaureren van oldtimers in het algemeen.
Ook binnen de VOC hebben we zo’n “mannetje”en wel een mannetje  voor plaatwerk en onoplosbare klachten. Dan heb ik het over Teus Voskuil. Op het punt van onoplosbare klachten en vindingrijkheid blijft Teus me keer op keer verbazen. Hij heeft wel iets weg van Char, dat Amerikaanse medium. Net als Char geeft ook Teus telefonische “readings”.  En als hij aangeeft waar je de oorzaak van het probleem moet zoeken, dan klopt het vrijwel altijd. Op bijgaande foto een staaltje van Teus’ z’n vindingrijkheid; zelfs de hulp van de dakspanten van de garage werd ingeroepen om het weerbarstige chassis van de TC tot de orde te roepen.
Wie denkt het zonder de kennis van deze mannetjes te kunnen stellen, is genoodzaakt het wiel wederom zelf uit te vinden. En dat gaat meestal nog meer in de papieren lopen. Trouwens , als je behoort tot de categorie die niet rijk is, maar wel aan een duur restauratie-object is begonnen, dan is vindingrijkheid van levensbelang. Wil je bijvoorbeeld je Jongens Timmerdoos met wat beter gereedschap uitbreiden, dan ga je als volgt te werk. Trek je oudste klofje aan en zoek als vervoermiddel de roestigste fiets in de schuur uit . Ga vervolgens op pad langs andere VOC-leden en vraag of ze nog oud gereedschap hebben dat ze niet meer gebruiken. Het is jammer voor die arme negers in Afrika, maar dat gereedschap is dan wel voor jou.
Bezoek vooral ook de technische dagen van je merkclub. Niet dat je er iets van opsteekt, maar het geeft je een psychische opkikker. Een gevoel van eenzaamheid valt van je af, want je beseft opeens weer dat je niet de enige sukkel in Nederland bent. Je herkent jezelf in de anderen. Zoals in die man van de Roverclub die met acht vingersdubbele carburateur afstellen een dubbele carburateur aan een draaiende motor probeerde af te stellen. Acht vingers, omdat hij er twee nodig had om z’n brandende sigaar vast te houden. (zie foto).
Om zo blijven we maar wat aanrommelen. Ik hoop dat het gauw warmer wordt, dan vloeit de Brantho Corrux beter uit over het ijzer. De veren liggen al klaar voor montage, de nieuwe lagers zijn al in huis , evenals de nieuwe remcylinders en de remschoenen zijn van nieuwe zolen voorzien.  Van de zomer hoop ik een z.g. “rolling chassis” in de garage te hebben staan, d.w.z. een chassis dat op z’n wielen staat.  En het gloednieuwe dashboard (door Mario de Beus gezaagd) is dan vermoedelijk klaar, want de originele instrumenten zijn inmiddels gereviseerd.  Voorlopig kan ik er nog niks mee, maar het staat zo aardig op de schoorsteenmantel. 
 
Jan Broers  (25 feb. 2006)