Fabeltjesland (Restauratie van TC nr 1772 dl 4)

Deze keer geen uitputtend relaas over technische probleempjes. Over de restauratie van de TC kan ik me beperken door te zeggen dat het goed gaat. Niet snel, maar wel goed. Het hoeft ook niet snel, want het rondklooien met verroeste onderdelen is op zichzelf een intens genoegen. Volgens de Australische TC-goeroe Michael Sherrell (“TC’s forever”) mag ik de bereikte mijlpaal een “rolling chassis” noemen. Rijdt nog voor geen meter, maar remt als de besteremsysteem afgemonteerd.  Daarom nu even de tijd genomen voor een analytische benadering van het verschijnsel “restaureren”. Waar komt het verschijnsel restaureren vandaan? Hoe komt het dat het weer nieuw maken van oude dingen kan leiden tot een diep gevoel van bevrediging? Noodzaak kan niet de drijfveer zijn; we barsten immers al van de nutteloze nieuwe spullen.Men neme detailfoto’s van een gerestaureerd object vóór de restauratie en legge die naast foto’s van hetzelfde object na de restauratie. Het vergelijken hiervan blijkt een onmiskenbaar gevoel van voldoening te verschaffen. Hoe groter het contrast, hoe groter de voldoening. Voldoening is eigenlijk nog te zacht uitgedrukt. “Je krijgt er zo’n Piet van”, zou Hans Faber zeggen, waarbij hij de vlakke rechterhand op borsthoogte pleegt te brengen om Piet’s onwaarschijnlijke afmetingen te duiden. Eerste conclusie: restaureren is goed voor de bloedsomloop. Maar restaureren heeft ook een diepere achtergrond. Zie het als een hopeloze strijd van de mens tegen de immer voort schrijdende tijd. Een wanhopig pogen om de tijd terug te draaien. In realiteit helaas niet mogelijk, maar restaureren schept de  illusie dat zulks wel het geval is. Tweede conclusie: restaureren is het creëren van een illusie. Een uitzondering moet worden gemaakt voor meneer Faust. Maar die verkocht dan ook -om weer jong te worden-  z’n ziel aan de Duivel; een prijs die de meeste Nederlanders er niet voor wensen te betalen. “Ons bin sunig”.stuurstangen voor schoonmaken We overwegen liever de aanschaf van een pot anti-rimpel crème.De illusie die MG TC nr 1772 heet, werd in 1946 geboren in Abbingdon, is medio jaren zestig naar de VS geëmigreerd en heeft in 2004 asiel gezocht in Nederland. Om hier in ‘t Veen wedergeboren te worden. In de vorige aflevering heb ik deze restauratie al een beetje zwartgallig vergeleken met het drinken van een gifbeker. De kleur van het tot nu toe verrichte restauratiewerk (zwart) is dan ook niet om vrolijk van te worden. Maar tja, ’t is origineel. En dan te bedenken dat de beplating uiteindelijk ook zwart moet gaan worden. Daarom heb ik hier en daar ter compensatie al een paar felrode kleurtjes aangebracht. Een ringetje hier en een moertje daar, dat haalt de boel een heel eind op. Zowiezo alle smeernippels (en dat zijn er vele) rood verven. Staat behoorlijk sexy en is bovendien ook nog functioneel. Een rood stuurhuis kan nog net. Maar een rode carburateur is dik over de top. Volgens reeds eerder genoemde  Australische aartsvader is dat puur vandalisme. Niet doen dus.Met de MG komt het vast nog wel eens goed, maar in de fysiek van ondergetekende zit even een dipje. Een verschoven rugwervel a.g.v. het vergeefs proberen op te tillen van het rollende chassis. Voor de lokale chiropractor zijn gouden tijden aangebroken. Voorts ‘n aantal gekneusde middenvoetsbeentjes omdat een garagekrik, na een succesvolle vrije val de betreffende voet als landingsplaats had uitgezocht. Maar in vergelijking met het plezier dat het rommelen met zo’n ouwe automobiel een mens schenkt, zijn dit natuurlijk allemaal verwaarloosbare bijzaken. Alleen begin ik me wel zorgen te maken of ik na het gereedkomen van de restauratie, ooit in staat zal zijn om met deze rug achter het stuur van de TC te kruipen. Ik vrees met grote frezen. Gelukkig is het stuur van dit petieterige autootje uiterst makkelijk los te trekken. Dus de boardingprocedure wordt dan vermoedelijk als volgt. Eerst het stuur demonteren. Dan mezelf m.b.v. de garagetakel ophijsen, de MG er onder laten rijden en me in de kuip laten zakken. Vervolgens het stuur weer plaatsen.stuurstangen na schoonmaken Zo’n los stuur is ook zeer geschikt voor “practical jokes”. Zit bijvoorbeeld zo’n decadente SUV-bestuurder tijdens het inhalen weer meewarig te lachen,  gewoon je stuur los trekken en er bij wijze van groet mee zwaaien. Heeft’ie vast niet van terug. (Niet vergeten het stuur weer terug te plaatsen). Ik maak zo nu en dan toch weer de fout om tot actie over te gaan zonder vooraf wat ouwe rotten in ’t vak te raadplegen. En ik verkeer nog wel in de buitengewoon bevoorrechte positie die hier in Veenendaal in de onmiddellijke nabijheid te hebben. Zoals bijvoorbeeld de twee handlangers van Frans Diepeveen. Ze heten nog net geen Ed en Willem Bever, maar ze vertonen wel grote overeenkomsten: weinig woorden, nuchter en ter zake kundig. Waar hun werkzaamheden uiteindelijk toe leiden kan in de toonzaal aan de Nieuweweg worden bekeken: oogverblindend mooie pre-war MG’s.  Hun zeer praktische adviezen gaan er bij mij in als een zendeling in een kannibaal. Want ze zijn vrijwel altijd kosten besparend.

De houtjes voor de kuip worden gemaakt door Jan Gerards in Limburg. Als ik diens zangerige tongval beluister, moet ik onwillekeurig aan Momfer de Mol denken. U weet wel, die zo van een “lakker segâhtje” (lekker sigaartje) houdt. Het lijkt wel Fabeltjesland, dat MG-TTO-wereldje.

Jan Broers