Willem Witwasser.(Restauratie van TC 1772 dl 8) 

Willem Witwasser heeft de MG PB uit 1935 weer te koop staan. Ik had niet anders verwacht. De trouwe lezertjes van deze rubriek herinneren zich Willem nog wel uit de vorige aflevering. Ik wist van de handelaar wat Willem er voor had betaald. Zijn vraagprijs lag nu € 4000 hoger. Hij is niet voor niks stinkend rijk geworden.  Een kennis van me had er belangstelling voor. Omdat ik regelmatig op doorreis naar Amsterdam vlak langs Blaricum kom, vroeg hij me om eens poolshoogte te gaan nemen. En om uit te vissen hoe hard die vraagprijs was. 

Dus op een miezerige herfstdag stuurde ik mijn bejaarde Rover een fraaie laan met dure villa’s in, op zoek naar Willem’s huis. Het bleek een hagelwit, rietgedekt “optrekje”, compleet met vijver en reusachtige fontein. Naast de vijver stond een levensgroot standbeeld van een Ork, zo’n gnoom uit Lord of the Rings. De gelijkenis met Willem was opvallend. Ik parkeerde m’n auto op het hagelwitte terras voor het huis en drukte op de bel naast de voordeur. Ergens uit het pand rees een onheilspellend en donkerbruin bassend geblaf op. Alsof ik voor de poort van de onderwereld stond en Cerberus de Hellehond me een passend welkom bereidde. Ik begon mezelf af te vragen of ik niet beter op een ander tijdstip kon terugkomen. Maar het was al te laat, want de deur ging voorzichtig open. Tot m’n opluchting geen hellehond. In plaats daarvan verscheen er een platinablond, middels botox en siliconen opgewaardeerd vrouwmens, waarvan ik even later begreep dat ze door vrienden en intimi met “Vanessa” werd aangesproken. Ze keek me even met nauw verholen afkeer aan, draaide vervolgens haar hoofd om en schreeuwde met krijsende stem : “Willem, daar is die goser van de FIOD weer”!

Het duurde niet lang of daar kwam Willem, corpulent en hijgend  te voorschijn. Naar z’n muscleshirt en bezwete  hoofd te oordelen, kwam hij rechtstreeks van de hometrainer. Ik legde haastig uit dat ik mijn dagelijks brood niet bij de financiële recherche verdiende, maar belangstelling had voor de oude auto uit de krant. Het gehijg bedaarde wat en Willem troonde me mee naar de garage.

Ik moet zeggen dat er met de PB nog niks mis was. Ik prees de auto in hoge mate (nooit het object van onderhandeling afkammen), maar merkte wel op dat ik de prijs aan de hoge kant vond. “Nou seg ’t maor,  k’heb niet veel tijd”, sprak Willem quasi verveeld. Toen ik vervolgens € 8000 onder de vraagprijs bood, brak hij in een hilarisch schaterlachen uit.  Zo erg dat ik even voor z’n gezondheid vreesde. Daar wist ik wel wat op.  “Ik weet toevallig wat U er zelf voor betaald heeft en dat nog wel bij de reguliere handel”, gaf ik als schot voor de boeg.

Het schot voor de boeg bleek evenwel een voltreffer, want de uitwerking was verrassend. Willem’s vrolijke bui verdween als bij toverslag. “Kreg nôh de kôlere! Ga jij je met mèn saoke bemoeie, slèmmert? Sodemieter op, mongool!”. Nu kwam ook Vanessa weer tussen de coulissen vandaan. “Ik seg nog so, Willem, je mot die lui van de FIOD nooit vertrouwe”! Kennelijk was het doel van mijn komst haar ontgaan. Ik probeerde nog met een compliment over haar kapsel de atmosfeer wat te verbeteren, maar het mocht niet meer baten. Willem beende naar een belendend vertrek, rukte de deur open en een pikzwarte Deense Dog maakte z’n opwachting. Niet Cerberus, maar Wodan was zijn naam. Z’n kop, zo groot als die van een volgroeide koe, kwam bij mij ruim op borsthoogte. Voorts een duistere gloed in de ogen en sliertjes kwijl tussen de blikkerende tanden van z’n grommende bek.

Gelukkig herinnerde ik me dat je in dit soort situaties je armen stijf langs je lichaam moet houden.  (Ooit wist ik dat nog niet en had tegelijk zo’n Mechelse Herder aan m’n elleboog hangen). Achteruitlopend retireerde ik via de voordeur weer naar m’n Rover. Met onverminderde agressiviteit kwam het drietal achter me aan. “Staot ‘ie ook nog besine te sèkke op m’n mooie stoeptegels. Rot op met je lekke rotkreng”, riep Willem me nog hartelijk na. Kennelijk had hij geen begrip voor de incontinentieproblemen van Britse oldtimers. Gelukkig had mijn Britse oldtimer wel begrip voor de situatie en startte  onmiddellijk . Terwijl ik wegreed zag ik in de achteruitkijkspiegel Willem en Vanessa  in een blauwe rookwolk achterblijven. “Waar is Wodan?”, flitste het door me heen. Het antwoord ontwaarde ik toen ik door het linker zijraam keek en daar de koeiekop daar op en neer zag gaan; Wodan op topsnelheid. Uit de blik die het ondier me zijdelings toewierp, was af te lezen dat z’n ontbijt niet goed was gevallen. Ik gaf een flinke dot gas en kwam bijna airborne door zo’n vervloekte overmaatse verkeersdrempel. Maar het werkte en even later herinnerden alleen wat kwijlslierten op het zijraam me nog aan het onvriendelijke dier. Voorlopig maar even om Blaricum heen rijden.

Uiteindelijk komt het met dit soort auto’s toch wel weer goed. Op ’n gegeven moment rijdt zo’n Gooische juppenjuf er al lippenstiftend mee in een sloot en komt ze in handen van een liefhebber die ‘r weer opknapt (de auto, natuurlijk!). Zo is het ook met TC 1772 gegaan. De revisies van motor en bak zijn ondertussen bepaald niet saai verlopen. Elke oplossing resulteerde weer in een nieuw probleem, tot op de laatste handeling toe. “Never a dull moment”, zoals die laconieke eilandbewoners zeggen. Maar nu is hij na ruim een jaar weer op het chassis geïnstalleerd (na het nodige gezaag en gelas, uiteraard) en op 13 maart tot wedergeboorte opgewekt. Hans (Willem Bever) fungeerde als Baker en heeft de bevalling verricht. Gelet op de plantenresten die tijdens de revisie in het motorblok werden aangetroffen, mag worden aangenomen dat ze vele jaren op een schroothoop heeft gelegen. Als zo’n motor dan weer tot leven wordt gewekt, roept het eerste geluid van ontstoken benzinedampen bij de eigenaar emoties op die zich niet laten beschrijven. De ontwikkelingsfase waar het restauratieproject inmiddels is aangeland, wordt in restauratiekringen wel “running chassis” genoemd.

Jan Broers