Erfelijk belast (Restauratie van TC 1772 dl 9)

Toen ik nog een knaapje van zeven jaren oud was, werd me dagelijks voorgehouden dat ik uit een geslacht van “ferme jongens en stoere knapen” voortkwam. Vooral mijn grootvader had zich tot taak gesteld om ook van mij een jongen van Jan de Wit (nee, niet die kruidenier) te maken. Hij troonde me dan mee door de gang waar portretten van onze voorvaderen op een rij aan de muur hingen. De “heldengalerij” noemde hij dat. Hij hoopte dat ik in hun voetsporen zou treden.

Om met de achterste te beginnen, ene Huigh Broersz. Een 17e eeuwer die tijdens de slag op de Zuiderzee de kapitein van het Spaanse admiraalschip neus en oren afsneed en die op de deur van de Zuiderpoort in Enkhuizen spijkerde. Vaak heb ik stiekem met een keukenmesje en een bos wortelen geoefend om deze vaardigheid ook onder de knie te krijgen. Ging redelijk, alleen de spijkerexercitie eindigde meestal met een blauwe duim.Dan hadden we verder Berend Engelbrechtsz.  Meende in de 18e eeuw vanuit een roeiboot met een harpoen naar walvissen te moeten gooien. Ging goed zolang de walvissen niks terugdeden. Een eerlijk zeemansgraf was zijn deel. Zittende op m’n fietsje en met een bezemsteel naar grootvader’s St Bernardhond Archibald gooiende, probeerde ik ook deze voorvader tot eer te zijn. Gelukkig deed de hond nooit iets terug.En dan hadden we de Carel Broers, Kapitein van het Kon. Ned. Indische Leger. Verdiende eind 19e eeuw de Militaire Willemsorde toen hij achter elkaar twee gewonde soldaten van een vijandelijke benteng afsleepte, terwijl bloeddorstige Atjeërs met rentjongs (geliefd wapen van die jongens) saté van ‘m probeerden te maken. Carel was trouwens de eerste in de familie die grote waardering koesterde voor die dubbel gebeide drank uit Schiedam, beter bekend als jenever. Ik ben de man nog steeds erkentelijk dat hij dit blijvend in onze genen heeft ingebracht.Voorts was daar Jan Engelbrecht, mijn grootvader zelve. Voer op z’n achttiende jaar als derde stuurman het zeegat uit. Een rasechte zeebonk zou je denken. Was klein van stuk en liefhebber van grote vrouwen en dito auto’s. Die kom je op zee niet al te veel tegen, hoor ik je al zeggen. Nou, opa wel hoor. Hoe die dat flikte leg ik nog wel eens uit. Alleen de liefhebberij voor auto’s heb ik van ‘m meegekregen. Met de vrouwen wou het helaas nooit zo goed lukken. En dan mijn vader, Frits Engelbrecht, een zwaar gedecoreerde oorlogsvlieger. En een foutloos mens. Valt dus niks over te vertellen.Tja, als ik daarop terug kijk, besef ik maar al te goed dat dit restauratieproject tot een goed einde moet worden gebracht. Anders heeft mijn zoon niks aan zijn kleinzoon te vertellen als die tijdens de stichtelijke rondleiding bij mijn portret is aangeland. Ik hoor ’t hem al zeggen: “Ja jongetje, die overgrootvader  Jan, die kon er wat van. Die kon van twee auto’s , één maken. Deed die trouwens ook met guldens.  Heel knap!”.  Kleinzoon: “Wat zijn auto’s , opa?” Eén troost, onze brave kip blijkt ook een verre nazaat van Tyrannosaurus Rex te zijn. En hoe nuttig is de kip niet voor de mensheid?! Het restauratieproject is nu bijna halverwege. Dit is meestal het moment dat er een dipje optreedt. Even geen geld meer. De grootste fout die je dan kan maken is om vakliteratuur te gaan lezen. Verveling is des duivels oorkussen. Zo las ik in MG Nieuws een artikel over het “kloenk- geluid”.  Nooit moeten doen. Want nu weet ik dat ik ook de hub van het wiel rechts-achter op de schroothoop kan. Als je hard remt zegt die “kloenk” en zoiets zegt een fatsoenlijk wiel niet. Dus nu maar weer op zoek naar een bruikbare hub. Zo heeft de voortgang van het project momenteel  veel weg van de manier waarop vroeger de Turkse Janitsaren marcheerden: twee stappen vooruit, één stap achteruit. Maar ik prijs mij gelukkig met de aanwezigheid van Frans Diepeveen en zijn twee rechterhanden Hans en Bert (alias de gebroeders Bever) die mij met raad en daad bijstaan en mij proberen te overtuigen dat dit project ooit een goed einde zal hebben. De foto die hier bij gaat toont Hans als hij de motor voor het de eerste keer geluid laat maken.

Jan Broers