De Gifbeker (Restauratie van TC 1772 dl 11)

De TC begint er al een beetje herkenbaar te worden als een auto. Weliswaar nog geen motor of remmen, maar er kunnen al wielen aan worden gezet. Ik weet wel dat die daarmee dezelfde kenmerken heeft als een kinderwagen , maar dat is niet erg. Net als met het reeds gerestaureerde dashboard op de schoorsteenmantel, heeft dit ijdel vertoon vooral te maken met het moreel. Het zijn de bretels van het moreel. De achteras en vooras zijn aangebracht, de fusees zijn spelingvrij gemaakt, nieuwe lagers zijn geplaatst, de remschoenen hangen er in en de handrem werkt al. Volgens de club van wijze mannen zouden m’n remschoenen last van ruimtevrees moeten hebben (omdat de remtrommels al twee keer zijn uitgedraaid), maar op onverklaarbare manier is dat (nog) niet het geval. 

dashboard op de schoorsteenmantelOmdat ik tot m’n genoegen heb gemerkt dat er zelfs onder de door-de-wol-geverfde sleutelaars mensen zijn die de geschriften van deze beginneling met interesse lezen, mag een klein stukje over techniek hier niet ontbreken. Hier volgt het relaas over de achteras. Voor de lezers van mijn eigen niveau: de achteras is een holle pijp met een verruiming in het midden. In de verruiming huist het differentieel (“klok”, volgens de kenners). Aan weerszijden steken er steekassen (welk een toepasselijke naam!) in de klok en deze drijven weer de achterwielen aan. Op beide uiteinden van de holle pijp zit schroefdraad, waarmee de lagers worden vastgezet. En hiervan was er één behoorlijk beschadigd. Via, via kwam ik bij een zekere Dirk Pitlo (door m’n vrouw die z’n naam niet goed verstond, steevast “De Pitbull uit Lienden” genoemd) terecht. Hij repareerde de schroefdraad feilloos en voorzag me ook van een ”special tool” , waarmee ik de twee bronzen olie-omkeerders uit de holle pijp kon trekken. Dat ging aan één zijde fluitend, maar draaide aan de andere kant uit op een zware bevalling, met een verzakking tot gevolg. Toen ik met de nodige kracht de olie-omkeerder er uit had getrokken, bleek namelijk de holle pijp aan die kant dikker te zijn geworden. Kennelijke oorzaak was dat de pijp niet meer helemaal rond was. Dirk heeft dat weer opgelost door de hele pijp aan de binnenzijde weer rond te maken en aan de buitenzijde de schroefdraad weer op de juiste maat terug te draaien. Tot slot heeft hij op de draaibank een paar nieuwe olie-omkeerders gemaakt. De originele pasten niet meer, omdat de binnenmaat van de pijp iets groter was geworden.mei 2006Voor het overige ben ik tot nu toe nog geen echt moeilijke technische problemen tegen gekomen. Waarbij ik eerlijkheidshalve er aan toe moet voegen, dat ik het niet zonder de hulp en adviezen van de ervaren sleutelaars kan stellen. Hoewel ik op één punt toch een beetje eigenwijs ben. Ik vervang niet alle -relatief goedkope- bouten en moeren. Dit is geen misplaatste zuinigheid. Ik kan het domweg niet over m’n hart verkrijgen om een repareerbaar onderdeel, hoe goedkoop het ook is, te vervangen door een nieuw. Omdat een nieuw onderdeel, hoe mooi het ook is, iets kwijt is. Moeilijk te definiëren wat dat is. Misschien het beste te verklaren door je voor te stellen dat je een complete TC zou samenstellen uit louter nieuwe onderdelen. Het zou voor mij een oldtimer zonder ziel zijn.

Daarom dat ik alle bouten en moeren die nog als zodanig herkenbaar zijn, blank schuur met de staalborstel,  zonodig de braampjes er af vijl en dan in de Owatrol zet. Owatrol is een soort dunne olie, die in de kleinste hoekjes en gaatjes dringt, roestresten oplost en na 24 uur hard wordt . (Zeer geschikt voor bijvoorbeeld de spelonken van het koelingsysteem in een motorblok). Het leuke van Owatrol is dat het volkomen helder en doorzichtig blijft. Zo geeft het een leuk effect om over vliegroest heen te gieten. Het roestproces wordt voor eeuwig tot staan gebracht en het betreffende onderdeel heeft een diep glanzend goudbruin uiterlijk verkregen. Doet me een beetje denken aan die zeeman die 160 jaar lang op de Noordpool achter een laag ijs heeft gezeten en bij z’n ontdekking nog steeds helder uit z’n ogen keek. Ik moet mezelf dan ook dwingen om naderhand verf over de Owatrollaag te smeren.
Het restauratiewerk brengt me inmiddels steeds meer in aanraking met andere T-type eigenaren die bezig zijn ouwe MG’s te restaureren. Een subcultuur met zijn eigen mores en eigenaardigheden. Maar wel bestaande uit vogels van diverse pluimage. En ook met zaken die niet “done” zijn . Zoals het nemen van een loopje met de originaliteit. Sommigen gaan hier wel heel ver mee. Bij het betrachten van een mooi gerestaureerd exemplaar, pakken ze een loep om de opschriften van boutkopjes te bestuderen en dreigen daarbij soms voorbij te gaan aan de schoonheid van het geheel. Maar wat is originaliteit bij een TC? Ik ben niet zo hoogmoedig om te proberen hier een antwoord op te geven. Maar ik wil de methoden van de vroegere Engelse autofabrikanten waarmee ze handgemaakte auto’s produceerden, in overweging geven. Die mannen waren niet voor niets zo verstandig om vooral geen documentatie voor het nageslacht te bewaren, want geen twee auto’s waren exact hetzelfde. Maar het verschaft het nageslacht in ieder geval een dankbare reden om onder het genot van een kop koffie en een sigaar urenlang aangenaam over dit onderwerp te discussiëren.
De restaureerders van z.g T-type MG’s zijn weer een apart slag. Vrijwel zonder uitzondering herkenbaar aan het grijze haar , dat bij sommigen op zeventiger jaren lengte is gesnoeid. Helaas ‘n uitstervend ras van dinosaurussen, want jongeren lijken weinig meer te zien in de “pre-war” modellen. Vele van deze nestors uit het restauratiegebeuren hebben indertijd ook de aanschaf van mijn wrak in overweging genomen. Maar zonder uitzondering was hun commentaar bij het aanschouwen van de restanten van de voormalige TC: “laat deze beker alsjeblieft aan mij voorbij gaan”. Zij refereren hiermee aan de gifbeker waarmee Sokrates een einde aan zijn leven maakte. Sokrates was een wijze leraar in het oude Griekenland, wiens opvoedingsmethoden het stadsbestuur van Athene evenwel niet bevielen. Tegenwoordig zou hij met een gouden handdruk naar huis zijn gestuurd. Maar in die tijd lagen normen en waarden een beetje anders en Sokrates werd beleefd, doch dringend verzocht een beker gif leeg te drinken. Hij was niet alleen wijs, maar ook moedig en voldeed zonder een spier te vertrekken aan dit verzoek.  Het is enerzijds een troostvolle gedachte dat ik, door de TC-beker te ledigen, mezelf met Sokrates mag vergelijken. Anderzijds moet ik bekennen onwetend te zijn geweest van de inhoud van de aangeboden beker. (Dacht eigenlijk dat er whisky in zat). Maar ik ga hem D.V.  niettemin tot op de bodem leegdrinken. Hopelijk niet met dezelfde afloop als bij de Griekse wijsgeer!

Jan Broers 5 mei 2006