Technische hoogstandjes (Restauratie van TC 1772 dl 12)

 

Deze keer geen blaartrekkend  familieverhaal, maar een beknopt verslag van mijn technische prestaties. Tot nu toe heb ik altijd enige schroom gevoeld om iets over de techniek van de restauratie van TC 1772 te verhalen. Want de categorie lezers die niet in techniek is geïnteresseerd, haakt dan om evidente redenen af. En de techniekfreaks ook, want die kan ik immers niks nieuws vertellen. Rest om te verhalen over mijn technische blunders, want de behoefte aan leedvermaak heeft iedereen wel in voldoende mate in huis.

Hoewel ikzelf een technische opleiding heb gehad, is die helaas op het niveau van de werkvloer nutteloos gebleken. Geef mij een zendfrequentie, dan reken ik U m.b.v. van Laplacetransformaties moeiteloos alle hogere harmonischen voor. Maar als je de koolborstels van de dynamo moet verwisselen, dan heb je daar zo weinig aan. Nou kan er bij zo’n klusje eigenlijk niks fout gaan, omdat de koolborstelbekabeling “foolproof” is. Niettemin is het deze jongen gelukt om twee van de vier koolborstels verkeerd om aan te sluiten. Maar gelukkig noemt Bert Hoogeveen van het gelijknamige electrotechnische bedrijf in Veenendaal, dit evenwel een prestatie zonder weerga en daarom geschikt voor een eervolle vermelding in het Guiness Book of Records. Toch nog iets om trots op te zijn.Over koolborstels gesproken, heeft U wel eens de koolborstels van de ruitenwissermotor vernieuwd? Daarin zitten twee 5x5 mm dikke koolborsteltjes die m.b.v. een miniscuul klein veertje tegen een miniscuul klein commutatorretje worden gedrukt. Omdat ik van alle domme fouten en de pijn heb geleerd, heb ik dus eerst de vakliteratuur er op nageslagen. Ene Vernon schrijft in de Octagon Bulletin dat hij in eerste instantie heeft gezocht naar een dwerg om dit klusje voor hem op te knappen. Maar toen die niet voorhanden  bleek,  heeft hij m.b.v. van een vishaakje en een postzegelverzamelaars pincet het toch voor elkaar gekregen. Na drie uren hard werken is het me inderdaad ook gelukt om het op deze manier te doen. Maar besef wel dat daarvan twee uren en drie kwartier werden doorgebracht met het kruipen over de grond om het weggesprongen veertje weer op te zoeken. Ging gepaard met orensmeltende en hemeltergende taal. Als de Boeddhisten gelijk hebben, ben ik hierdoor minstens 100 reïncarnaties verder verwijderd geraakt van een eigen stoel in de hemel. Een soort leertijdverlenging.

Iedereen die iets van de restauratie van T-typen weet, heeft het me meerdere malen op het hart gedrukt: gooi nooit iets weg voordat de restauratie helemaal is afgerond. Niettemin heb ik tot nu toe al verschillende dingen  weggegooid omdat ik ervan overtuigd was dat ze waardeloos waren . Inderdaad, in alle gevallen had ik er achteraf razend spijt van, omdat ik door ze te bewaren geld had kunnen besparen. Het is de Wet van Murphy toegespitst op restauratiewerk, die luidt: als je van de 100 artikelen er 3 weggooit, blijken dat altijd de enige artikelen te zijn die je nou juist nog nodig hebt.

De wijze les van deze aflevering luidt: handel never, never nooit uit gemakzucht!! Het gaat je geld en levensvreugde kosten, zeker te weten. Bovendien is gemakzucht de zevende hoofdzonde en uit dien hoofde ook weer goed voor wat extra reïncarnaties. Als je bijvoorbeeld een nieuw windscreen (“voorruit”, voor de pretpakketters) hebt gemonteerd en je ontdekt dat er een stuk rubber dubbel is gevouwen, demonteer dan geduldig de sponningen en leg het rubber goed. Ga niet met een schroevendraaier proberen het rubber weer in z’n fatsoen te leggen. Resulteert onherroepelijk in schade aan de ruit. Dit voorbeeld is uit het leven gegrepen. Mijn leven, helaas. Deze klunzigheid leverde weer een aantal luidkeelse aanroepingen van de Schepper van het Al op, waar Hij vast niet blij mee was. Dus dat worden ongetwijfeld weer 100 reïncarnaties erbij. Misschien wel 200. Ik word er zo moe van.En als je een iets te lange bout in de zijsponning van de voorruit schroeft, kan 1 mm teveel lengte al voldoende zijn om het gelamineerde glas in tweeën te doen splijten.  Het kost een paar centen, maar je krijgt er veel spectaculairs voor terug. Ik heb wel een volle week ’s nachts in m’n kussen liggen bijten.Dat kost inderdaad een kussen, maar ik heb wel daarmee weten te voorkomen dat ik weer een stoot extra reïncarnaties aan m’n broek heb hangen.En als je de keus hebt uit twee elektrische draden om aan de verdeler aan te sluiten, kijk dan even op het schema welke je precies moet hebben. Doe je dat niet  en sluit je vervolgens de accu aan, dan verenigen contactpunten en spanveertje zich meestal samen tot één troosteloos hoopje gesmolten metaal. Wonderlijk welke natuurkrachten zich uit 12 bescheiden voltjes los kunnen maken.En als je een verfspuit van iemand leent, demonteer hem dan eerst, maak alle onderdelen schoon en zet ze in de juiste volgorde in elkaar, anders ga je meemaken dat alles om je heen de verlangde kleur heeft aangenomen, behalve het betreffende object. 

“Doe je dan echt helemaal niks goed?”, hoor ik de gretige lezers al verbaasd vragen. Toch wel. Ik heb besloten om het bouwen van de kuip helemaal aan Jan Gerards (voor de kijkbuiskindertjes beter bekend als Momfer de Mol) over te laten. Kan er niks fout gaan. Daarom heb ik onlangs het subframe, de scuttle-top en nog wat oud ijzer bij hem afgeleverd. Jan gaat dat huwen aan zijn eigen hout –en plaatwerk en ik weet zeker dat daar een heel mooie kuip uit voort gaat komen. Ik heb de kuip gezien waar hij momenteel nog aan bezig is en dat ziet er prima uit. Het plaatwerk sluit zo nauw om het houtwerk heen, dat het zelfs een mier nog niet lukt om z’n neus ertussen te steken. Vermeldenswaard zijn verder de stalen strips die Jan kruislings en overdwars voorin de kuip aanbrengt. “Niet origineel”,  hoor ik sommige leden met van die smalle nijpmondjes al prevelen. Maar wel heel aanbevelenswaardig. Want ze dienen niet alleen ter versteviging van het geheel, maar ook om de geometrie op de millimeter nauwkeurig af te kunnen stellen. En dan het soortgelijke handigheidje waarmee Jan de deurtjes hun wulpse, driedimensionale rondingen verschaft. Ik zal daar niet verder over uitweiden, want ik vermoed dat dit het geheim van de smid is.

Enfin, ik hoop wel dat TC 1772  klaar is voordat ik aan een volgende reïncarnatie toe ben. Nou schijnt restaureren in het hiernamaals absoluut geen probleem te zijn. Naar ik onlangs van een mystieke vriendin heb vernomen, heeft Petrus een Pausmobiel onder handen. Maar heeft momenteel wel problemen om het juiste kogelvrije glas voor de auto te vinden. Dat schijnt een moeilijk artikel te zijn, in die andere wereld. Nou vind ik ook eigenlijk dat er grenzen zijn aan het streven naar absolute originaliteit. Bovendien is het hiernamaalse  een plek bij uitstek om iets nieuws te scheppen. Vraag maar aan de Directeur.

 

Jan Broers