Roodkapje (Restauratie van MG TC 1772 dl 16)

Op de kap na, is TC 1772 klaar. Ze is ivoorwit , heeft rode piping en daar hoort een rode kap bij. Liefhebbers van originaliteit zullen wel bedroefd het hoofd schudden, maar na drie jaren sappelen en sleutelen gaat het relativeren me steeds makkelijker af. Het belangrijkste is dat de bestuurder blij blijft. Vanwege de rode kap is het autootje “Roodkapje” gedoopt. Grappige bijkomstigheid is dat de Engelsen al sinds jaar en dag tegen het meisje uit het gelijknamige sprookje “Little Red Ridinghood” zeggen.  En laat “ridinghood” nou zoveel als cabriokap betekenen. 

Roodkapje1Of ik er mee ga rijden? Ik weet ’t nog niet. Kijk…, er zijn twee soorten oldtimerliefhebbers: de stuurders en de gluurders. Laatstgenoemde categorie, waartoe ook ondergetekende behoort, behoeft niet persé een automobiel te berijden om ervan te kunnen genieten. Genieten van de uiterlijke en technische details van zo’n  Engelse oldtimer, daar bevind ik mij wel bij. Avontuurlijke tochten kunnen ook in het rijk der verbeelding worden gemaakt. Het biedt ook meer interessante mogelijkheden dan de werkelijkheid. Bovendien is het goedkoop, verkeersveilig en fiscaal niet achterhaalbaar. Maar natuurlijk wel een goed glas whisky erbij, want dat is de noodzakelijke smeerolie voor deze optie. 

Na de eerste malt van Schotse bodem knort de TC al lustig over zo’n typisch Engels landweggetje. Het is 1947 en het zonlicht weerkaatst mild op de lange motorkap. Wat is dat voor ’n vreemd gevoel op m’n bol? Het blijkt te worden veroorzaakt door een weelderige  haardos die door de rijwind frivool alle kanten opwappert. Ach ja, zo voelde dat in die goeie ouwe tijd.  De TC stuurt messcherp; je hoeft praktisch alleen maar aan de bocht te denken en het wagentje glijdt er al doorheen. Ik snap niet dat die jongens van de club altijd zo over stuurproblemen zitten te mekkeren.

Tegenliggers zijn er vrijwel niet. Je hoeft je geheugen ook niet steeds te pijnigen met de vraag of je links of rechts moet rijden. Dit is in dromenland een fictief probleem, je kunt gewoon het midden van de weg aanhouden. De enkele medeweggebruiker die je tegen komt, brengt -net als jijzelf-  zijn voertuig tot stilstand om zich voor te stellen en beleefd naar je fysieke welzijn te informeren.  Precies zoals dat onder  Engelse gentlemen in “the good old days” gebruikelijk was.  Hier geen opgestoken middelvingers of andere uitingen van twijfel ten aanzien van je geestelijke gezondheid.  

Om de tien nautische mijlen moet er worden getankt. Door de bestuurder, wel te verstaan. Ik parkeer het dwergautootje voor een rietgedekte herberg, overdadig begroeid met vol in bloei staande klimop. De waard begroet mij met een klinkslag en draagt de waardin op om deze stoffige reiziger aan al zijn wensen te voldoen. Het volgende Schotse volksdrankje brengt een filosofische stemming teweeg. De rook van m’n pijp nestelt zich tussen de zware eiken balken van de zoldering. De in eeuwenoude houten vaten gerijpte vloeistof overspoelt de neuronen van m’n grijze massa en brengt diepe inzichten voort. Het rijke decolleté van de waardin draagt daar in niet geringe mate toe bij. Na het volgende glas besluit ik toch maar mijn tocht voort te zetten; je kunt het ook te gek maken met dromen. 

Volijverige dienaren van de wet met blaasapparaten om het alcoholgehalte in je bloed te meten, zijn in dit anglofiele wonderland overbodig. Hier geen grijnslachende dienders die menen je op je verhoogde rijsnelheid te moeten wijzen met: “Zo opa, rijden wij niet een beetje te hard vandaag”?  In plaats daarvan een glimlachende bobby die je vriendelijk vraagt: “Technical problems with the speedometer, sir”? Relativeren zit de Engelsen in het bloed. En dan die spreekwoordelijke beleefdheid.. De Engelse beleefdheid is een nadere studie waard.

Roodkapje2Heeft beleefdheid op het Europese vasteland de functie om toenadering tot onbekenden te zoeken, bij de Engelsen dient ze om afstand te bewaren. De Engelsman woont niet alleen op een eiland, hij is zelf een eiland . ’t Liefst verscholen achter de dikke muren van een burcht. Verwacht van een Engelsman geen boute uitspraken. Geen zinnen die beginnen met: “To my opnion…”.( Ik vind dat…). Zijn mening is vrijwel altijd een veronderstelling. Zoals: “I may be wrong, but I suppose that…”. (Ik kan het verkeerd hebben, maar ik veronderstel dat…).  Dit soort zinnen worden aarzelend uitgesproken. Het lijkt bescheidenheid, maar is in werkelijkheid een behoefte aan isolement. Hij wil met z’n uitspraken vooral geen emotionele reacties opwekken. Het laat de Engelsman volkomen koud wat U denkt, zolang hij maar met rust wordt gelaten. En vooral geen onverkwikkelijke scheldpartijen alsjeblieft. Engeland is ook het enige land ter wereld waar boetes worden uitgedeeld aan echtparen die op straat onderling ruzie maken. 

Advertentie voor de MG TA uit 1936. Voor 222 Britse pondjes mocht je ‘m
meenemen! Voor dat bedrag moest je ‘m natuurlijk wel zelf bij de fabriek
komen ophalen.

Roodkapje3

Achter de heuvels doemt zo’n imposant 19e eeuws landhuis op. De eigenaar heeft me uitgenodigd voor een partijtje cricket op z’n landgoed. De TC draait zwierig de oprijlaan van het adellijke stulpje op. Een tonnenzware klassewagen die voor het riante voorportaal staat geparkeerd, kijkt enigszins hooghartig neer op m’n fragiele voertuigje. Als ik ben uitgestapt en de toegesnelde butler mijn kaartje overhandig, verstoort ‘n geluid als van een laagvliegende straaljager de landelijke rust. En een ruwe stem zegt: “Til je voeten even op, slaapkop, dan kan ik erbij!”. Maar dat is toch geen manier om een heer van stand te verwelkomen? Ach nee…, het is de stem van m’n eigen huisvrouw, druk doende om met de stofzuiger de serre te kuisen. Met deze harde landing ben ik meteen weer terug in de banale werkelijkheid. Jammer, anders was het misschien toch nog een goed verhaal geworden.

Jan Broers Februari 2009 

En ’n maand later was de kap klaar. Bovendien kregen we het mooist denkbare voorjaar.