Een dronken ratelslang (Restauratie van MG TC s/n 1772 slot)

Ratelslang1De laatste klus aan TC 1772 betrof het maken van de cabriokap. Op advies van de kenners heb ik geen kant en klaar exemplaar gekocht. Ik heb daar geen spijt van gekregen. Edwin Keesmaat uit Rhenen heeft al vaker met dit bijltje gehakt en beschikt ook over mallen voor de kap. Die van de 4 zijruitjes fabriceert hij ter plekke op de auto zelf. Het eindresultaat mag er zijn. De ivoorkleurige TC met de strakke donkerrode kap (vandaar haar bijnaam “Roodkapje” ) en de gelijkkleurige “piping” is absoluut een weldaad voor zere ogen. 

Probeer je eens voor te stellen: je maakt de eerste proefrit in een auto die tot op het bot is gesloopt en vervolgens door een goedwillende, doch linkshandige pennenlikker weer in elkaar is geknutseld. Je voelt je als een testpiloot die de eerste vlucht met een geavanceerd type gaat maken. Gelukkig heeft mijn goede vriend Hans Hoedt -die me tijdens de restauratie met raad en daad heeft bijgestaan- vlak voor de rit het toespoor van de voorwielen nog even afgesteld. Echtgenote Jannie heeft besloten deze eerste testrit mee te gaan maken. Ze houdt niet van het idee alleen achter te blijven. “Als we dan toch naar de bliksem moeten, dan maar allebei tegelijk” , is haar opgewekte commentaar. Wel loyaal. 

De eerste meters met Roodkapje achteruit de garage, zijn niet veelbelovend. Ergens uit de buurt van de versnellingsbak en de koppeling klinken ratelende en kirrende geluiden. De benzinepomp laat een nerveus getik horen. Toch maar de openbare weg opgedraaid. Er valt iets metaalachtigs op straat. Maar ik heb de versnellingspook nog vast in m’n linkerhand, dus die kan ’t niet zijn. Waar had ik die kniptang ook weer neergelegd? Opschakelen naar de tweede en derde versnelling; tijdens het ontkoppelen hoor ik gelukkig geen nare bijgeluiden meer. Op de rondweg naar z’n vier en gassen maar. De teller wijst 40 nautische mijlen per uur aan. Uitkijken voor te snel rijden. Op de buitenweg wordt de snelheid naar een duizelingwekkende 50 nautische mijlen opgevoerd. Omgerekend 80 km/uur. Het lijken er in werkelijkheid minstens 120. Ratelslang2De speling in het stuurhuis die ik voorshands maar even heb laten zitten, zorgt bij deze hoge snelheid voor een matige richtingstabiliteit. Roodkapje gedraagt zich zo nu en dan als een dronken ratelslang op zoek naar een verse woestijnrat. De herrie van de motor doet me vrezen elk moment de krukas met geweld door het dashboard op me af te zien komen, “Like a bat out of hell” (Meatloaf, 1979). Tijdens het schakelen blijkt  het stationair toerental  naar een enerverende 2000 toeren te zijn opgelopen. Kennelijk komt de motor nu pas echt goed op temperatuur. En het getik van de benzinepomp begint op het geratel van een machinegeweer te lijken. Willem Witwasser had misschien toch gelijk toen hij zei: “Die krenge rije voor geen meter”. 

Tijdens de rit over de Utrechtse Heuvelrug proberen we deze kleine technische ongemakken te vergeten en te genieten van het “met-de-kap-naar-beneden-rijden”.  Ik heb er nooit aan willen geloven, maar het heeft inderdaad wel wat. Wel voortdurend de oliedrukmeter en de watertemperatuur in de gaten houden, want dat is essentieel voor de conditie van de motor , zo is me geleerd. In de cockpit is de warmte van de motor inmiddels voelbaar geworden. De lichaamswarmte van Roodkapje, zullen we maar zeggen. Ook haar lichaamsgeur is duidelijk ruikbaar en dringt zich aan ons op. De geur van benzine, octaangehalte 98. Het maakt haar alleen maar nog aantrekkelijker. En ze is al zo mooi. Aan belangstelling onderweg dan ook geen gebrek. We maken de eerste rit maar niet te lang, want je moet het noodlot nooit tarten.  

Thuis gekomen stappen (nou ja, stappen; het is meer rollen) we -nog een beetje beverig- uit het autootje. Klotsende oksels en schuim tussen de billen. Eigenlijk verbaasd dat we het hebben overleefd. Na een en ander wat vaster gezet te hebben gezet aan de carburateur gaat de nerveus tikkende benzinepomp een bezadigder geluid maken. Het voortdurend oplopende stationair toerental bleek te worden veroorzaakt door een al te makkelijk draaiend schroefje. De belangrijkste oorzaak van de herrie bleek een volslagen foutief afgestelde klep te zijn. Inderdaad, drank en techniek gaan moeizaam door één deur. Vervelender is de olielekkage aan het voorste ophangpunt  van de krukas. De toegepaste moderne oliekeerring had dit moeten voorkomen. Helaas. Hopelijk gaat het zich nog zetten. Zo niet , “what the heck”, een Engelse oldtimer die geen olie lekt, is niet gezond (zeggen ze). Het ratelslangachtige gedrag wordt volgens Hans veroorzaakt door de sector-as in het stuurhuis, die nodig “verbust” moet worden. Leuk klusje voor de winter.  

En hiermee is een eind gekomen aan 3 ½ jaren restaureren. En aan 3 ½ jaar stukjes schrijven. Vaak heb ik te horen gekregen dat al het geschrevene zwaar overdreven is. Ik zweer plechtig bij de bril van m’n grootvader dat er geen enkel woord is gelogen. Na zo’n restauratieproject val je in een zwart gat. Zo’n project houd je van de straat en uit de kroeg. Om over het roken maar te zwijgen. Over de kosten die volkomen uit de hand zijn gelopen, heb ik al genoeg gezeurd. Ik denk liever aan alle nieuwe ervaringen die zijn opgedaan en de bijzondere mensen die ik de afgelopen jaren heb leren kennen. In “Rare snaken” heb ik wel enigszins de spot met ze gedreven, maar ik draag ze allemaal een warm hart toe. Met uitzondering van Willem Witwasser natuurlijk, want die heeft z’n bloedhond op me afgestuurd. Alles bij elkaar had ik het niet willen missen.

Ratelslang3 

Jan Broers